www.vivavera.be

Aubergine geënt

Aubergine Madonna F1 is een zeer productieve plant met gelijkmatig gekleurde, donkerviolette, halflange vruchten.  Madonna is uiterst geschikt voor koude cultuur bijvoorbeeld in folieserre, alsook in glazen serre en op een beschutte plaats ook in open lucht.
Door veredeling is de plant zeer groeikrachtig en brengt daardoor meer vruchten voort.  Men kan ook vroeger oogsten door veredeling.  Vooral op plaatsen waar regelmatig aubergine en tomaat worden geplant, is het belangrijk voor geënte planten te kiezen.  Zoniet ontstaan problemen met kurkwortelziekte en aaltjesaantasting.

PLANTAFSTAND

80 cm x 60 cm . Aubergines bind je op langs een touw of stok.

TEELTTIPS

Zoals alle vruchtgroenten verdraagt aubergine geen vorst. Aubergine wordt het best in serre geteeld, buiten kan het vanaf eind mei op een beschutte, zonnige plaats.  Je kan aubergines planten op alle grondsoorten met een goede waterafvoer.
Aubergine houdt van veel meststoffen. Voor het aanplanten kan je organische meststoffen in de grond mengen, bij het planten nog wat extra meststoffen. Voorts kan je regelmatig wat meststoffen oplossen in het water. Vooral kalium is belangrijk!
Pas de watergift aan aan de weersomstandigheden! Bij vochtig weer moet je oppassen met watergeven. Geef geen water op de bladeren van de plant. TIP : graaf het plantpotje of een fles waar je de onderkant afgesneden hebt in naast de plant en geef hier het water voor de plant.

De teelt van aubergines is grotendeels vergelijkbaar met die van tomaat, maar aubergine is nog meer warmteminnend dan de tomaat.  In het begin is het best de overtollige zijscheuten te dieven, maar later bij de teelt groeien de zijscheuten meestal niet zo hard meer door waardoor dieven niet meer noodzakelijk is.  Na 25 à 30 cm splitsen de planten zich. Als de plant ongeveer 1 meter hoog is, pluk je best de bladeren tot aan de splitsing. Als ze blijven hangen, dan veroorzaken ze dicht bij de grond een té vochtig klimaat.

ADVIES BIJ PROBLEMEN

Geënte aubergines zijn groeikrachtiger dan de gewone aubergines.  Geënte planten zijn ook minder kwetsbaar voor ziekten en plagen.

Er kunnen verschillende plagen opduiken bij aubergines, o.a. trips, witte vlieg en bladluizen. Als je zorgt voor een goede doorgroei kan je heel veel problemen vermijden : geef daarom voldoende water en voedingsstoffen en verlucht de serre goed!

Verwelkingsziekte of verticillium  is een ziekte waarbij de plant wegkwijnt door een geleidelijke verstopping van de vaatbundels. Het is heel belangrijk om de plant onmiddellijk te verwijderen! Breng ze niet naar de composthoop, anders krijgen we schimmelsporen in onze compost. Op de aangetaste grond mag je dan ook geen nieuwe aubergines meer planten.

Slechte vruchtzetting heeft meestal als oorzaak koude temperaturen of hoge vochtigheid. Trillen kan helpen bij de vruchtzetting.

OOGST EN BEWARING

Aubergines bewaren bij een temperatuur van ongeveer 12°C een dag of 10 op een goed verluchte plaats.  De koelkast is niet de geschikte plaats om aubergines te bewaren.